Reizen is vaak een gewoonte. Mensen denken er niet dagelijks over na. Elke dag pakken ze de auto of de bus naar het werk. Ook het goederenvervoer is nog lang niet altijd optimaal georganiseerd. Om de MRA bereikbaar te houden, is ander reisgedrag nodig: slimmer en duurzamer. Samen met werkgevers, belangenorganisaties en kennisinstellingen stimuleert de programmalijn Slimme en Duurzame Mobiliteit flexibel werken, maakt het fietsen aantrekkelijker en omarmt de programmalijn smart mobility en groene logistiek.

Alleen investeren in nieuwe infrastructuur is niet genoeg om alle uitdagingen in de MRA aan te kunnen. Een transitie naar een slimmer en duurzamer mobiliteitssysteem is nodig. Mensen verleiden hun reisgedrag aan te passen is hierbij één van de manieren, naast het invoeren van slimme innovaties waardoor het verkeer beter doorstroomt. Zo wordt voortgebouwd op de kennis die tijdens het programma Beter Benutten is opgedaan. Dat helpt de doorstroming vandaag en het maakt de plannen voor later doelmatiger en toekomstbestendiger

Gebiedsaanpak en transitiespoor

De grootste knelpunten in het MRA-wegennetwerk bevinden zich bij 6 gebieden: Zuidas, Haarlem, Schiphol, Almere-Amsterdam, Amsterdam Zuidoost en de regio IJmond. Dagelijks reizen veel forenzen van en naar deze gebieden. Zij spelen daarom een cruciale rol bij het verminderen van de filedruk. Per gebied neemt de programmalijn Slimme en Duurzame Mobiliteit maatregelen op maat, zoals afspraken met werkgevers om flexibel werken te stimuleren bij hun werknemers. Daarnaast is er nog veel winst te halen uit het stimuleren van de fiets. Meer mensen worden verleid om te fietsen en de (deel)fiets wordt een prominenter onderdeel van de vervoersketen.

Om de MRA bereikbaar te houden, is ander reisgedrag nodig: slimmer en duurzamer

Ook werkt de programmalijn aan gebiedsoverstijgende onderzoeken en experimenten die zorgen voor versnelling in de transitie naar slimme en duurzame mobiliteit. Het gaat deels om initiatieven die nog niet bewezen zijn, maar waarvan wel de verwachting is dat ze impact hebben. Denk aan groene logistiek. Het programma richt zich vooral op de regionale en lokale stromen in de stedelijke gebieden, zodat daar de luchtkwaliteit verbetert. Bijvoorbeeld een pilot met een mobilityhub of de experimenten met goederenvervoer over water. Tot slot wordt ingezet op smart mobility. Dit staat in het teken van opschalen en van ‘leren door te doen’. Ook vallen hier pilots onder met Mobility as a Service (MaaS) en de uitrol van intelligente verkeerslichten.

Werkwijze: meerjarig en wendbaar

De programmalijn heeft een eerste looptijd van drie jaar (2018-2020). Elk jaar wordt er voor het komende jaar een maatregelenpakket voor elk van de zes gebieden vastgesteld. Daarnaast worden ook maatregelen opgenomen die in alle gebieden worden ingezet. In 2019 levert dat 6.100 spitsmijdingen en 13 kiloton CO2-reductie op.

Door deze jaarcyclus blijft het programma wendbaar en flexibel. Geleerde lessen worden direct meegenomen in de aanpak voor het volgende jaar. Wat goed werkt, kan worden overgenomen door andere programmalijnen, grootschalig ingevoerd of uitgebreid naar andere gebieden. Maatregelen die weinig effect hebben, worden aangescherpt of vallen af.