Het Zuidwestelijk gebied van Amsterdam heeft een grote aantrekkingskracht en alle potentie om uit te groeien tot dé internationale entree van Nederland. Het ligt dichtbij de binnenstad, de Zuidas en Schiphol. Ook is het nationaal en internationaal goed verbonden via een uitstekend openbaarvervoernetwerk en de luchthaven. Het gebied is in beweging.  Er is ruimte voor 92.400 woningen in Haven-Stad rondom Amsterdam Zuid en in Hoofddorp. Daarbij kunnen er 125.000 arbeidsplaatsten gerealiseerd worden. In de programmalijn ZWASH wordt deze gebiedsontwikkeling uitgewerkt, waarbij er oog is voor een goede balans tussen wonen en werken, voorzieningen, leefbaarheid en bereikbaarheid.

De uitdagingen

ZWASH is het gebied tussen Zuidwest Amsterdam (Zuidas, het Schinkelkwartier, Amsterdam-West en Havenstad), Schiphol en Hoofddorp. Door z’n gunstige ligging en grote dynamiek biedt ZWASH veel kansen voor ontwikkeling. Naast leefbaarheid van stad en regio is een goede bereikbaarheid - ook nationaal en internationaal - belangrijk voor de verdere ontwikkeling. En voor het aantrekken van nieuwe, internationaal georiënteerde bedrijven, bijvoorbeeld op het vlak van kennis of innovatie.

Er is al veel geïnvesteerd in de bereikbaarheid en ook de komende jaren staan er grote projecten gepland. Denk aan Zuidasdok, Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) Amsterdam Centraal en A9 Badhoevedorp-Holendrecht. Toch zal het mobiliteitssysteem zonder extra inspanningen richting 2040 vastlopen, bijvoorbeeld op het multimodale knooppunt Schiphol. De extra woningen en arbeidsplaatsen leiden tot nog meer vervoersbewegingen in een toch al krap systeem. 

Om het gebied bereikbaar te houden is een slim, rendabel en duurzaam vervoerssysteem nodig waarin alle vervoerswijzen worden benut: openbaar vervoer (tram, bus, metro en spoor), weg en fiets. Hoe we dat voor elkaar krijgen, wordt uitgewerkt in het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid. Het MIRT-traject ZWASH is daar een onderdeel van.

De ontwikkelstrategie van het gebied tussen Amsterdam Zuid en Hoofddorp

MIRT-traject ZWASH

Welke bereikbaarheidsmaatregelen en -investeringen zijn nodig om het ZWASH-gebied te ontwikkelen tot de internationale entree van Nederland? Dit was de hoofdvraag van het MIRT-onderzoek. Daarbij is ook onderzocht welke maatregelen nodig zijn voor de realisatie van een belangrijk deel van de MRA-woningbouwopgave aan de noordwestkant van Amsterdam. En hoe een bijdrage kan worden geleverd aan de verdere groei van internationaal treinverkeer.

In 2020 zijn de resultaten van verschillende onderzoeken vastgesteld (zie publicaties): het MIRT-onderzoek ZWASH, de Quickscan Westkant Amsterdam, regionale studies naar metro-ontwikkeling aan de westkant (MASH) en de spoorstudie Airportsprinter fase 2. In het Bestuurlijk Overleg MIRT hebben de bestuurders eind 2020 de resultaten van het MIRT-onderzoek vastgesteld.

De uitkomsten en oplossingen 

 Metrolijnen uitbreiden

Het doortrekken van de Noordzuidlijn tot Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de metro Ringlijn tussen Amsterdam Centraal en Isolatorweg zijn als voorkeursalternatief uitgesproken. Het verbinden van de Noordzuidlijn met Schiphol en Hoofddorp is belangrijk om het treinstation op Schiphol te ontlasten en de luchthaven bereikbaar te houden. Daarnaast kunnen er door de uitbreiding van de metrolijn woningbouwprojecten in de Haarlemmermeer gerealiseerd worden. Ook faciliteert de metrolijn de groei van 50.000 arbeidsplaatsen in het ZWASH-gebied. Het sluiten van de metro Ringlijn tussen Amsterdam Centraal en Isolatorweg is nodig om de geplande 53.000 woningen en 45.000 arbeidsplaatsen aan de zuidzijde in HavenStad mogelijk te maken.

De twee maatregelen zorgen er onder andere voor dat lokaal en regionaal verkeer meer worden gescheiden, waardoor de Schipholtunnel wordt ontlast. De ruimte die hiermee vrijkomt, maakt het mogelijk om met een andere treindienstregeling te gaan rijden - wat weer bijdraagt aan een verbeterde regionale en (inter)nationale bereikbaarheid.

Airportsprinter

Ook de mogelijkheid van de trein, een airportsprinter tussen Hoofddorp en Amsterdam CS, is onderzocht. Uit het onderzoek bleek dat deze een belangrijke rol kan vervullen in het ov-netwerk en daarmee een goede tussenoplossing is, maar minder kansen biedt voor de ontsluiting van de woningbouwlocaties. 

Ook draagt deze oplossing minder bij aan het vrijspelen van capaciteit op het treinspoor en het op de lange termijn scheiden van lokaal, regionaal en nationaal verkeer. Daarnaast is geconcludeerd dat een airportsprinterstation HavenStad geen toekomstbestendige optie is voor ná 2040. Daarvoor moeten te veel investeringen in het onderliggend tramnetwerk worden gedaan.

Weginfrastructuur verder onderzoeken

In het MIRT-onderzoek is ook gekeken naar het (hoofd)wegennet in het ZWASH-gebied. Duidelijk is geworden dat met een aantal ingrepen de capaciteit kan worden uitgebreid, maar daarmee worden de knelpunten niet helemaal opgelost. In 2021 is er dus vervolgonderzoek naar de wegmaatregelen nodig. Dat wordt mede in samenwerking met  de programmalijn Multimodaal Toekomstbeeld onderzocht.

Vervolg in 2021

De volgende stap is het toewerken naar de zogenoemde MIRT-verkenning. Deze volgende fase kan starten zodra er zicht is op voldoende financiële dekking voor de beoogde maatregelen. In november 2020 is hiervoor al een belangrijke stap gezet door de regio namelijk door al 1 miljard voor de OV investeringen te reserveren. 

In 2021 treffen de projectteams in ZWASH voorbereidingen voor de startbeslissing in het eerste kwartaal van 2022. Tot die tijd zit het team niet stil: de verkenningsfase wordt zowel organisatorisch als inhoudelijk voorbereid, zodat ze bij groen licht direct verder kunnen.

Voor wat betreft de financiële dekking heeft het kabinet het advies van het nationaal Groeifonds overgenomen om 1,5 miljard euro te reserveren specifiek voor het doortrekken van de NZL. Lees er hier meer over. Om dat bedrag toegekend te krijgen moet er binnen negen maanden een aangepast voorstel bij de adviescommissie ingediend worden met hierbij een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) met positieve uitkomst en 1,5 miljard euro cofinanciering door rijk en regio.